Advies en analyse

Verloren decennium? Helemaal niet!

Woensdag 17 maart 2010 09:45

Er is het laatste jaar veel geschreven over het zogeheten verloren decennium. Dit klopt voor de aandelenbelegger. Maar er is meer dan aandelen.

En wat we de afgelopen tien jaar hebben gezien, hoeft niet te gelden voor de komende tien jaar.

Over de periode van eind 1999 tot en met eind 2009 hebben aandelenbeleggers per saldo geld verloren. Amerikaanse aandelen verloren over deze periode iets meer dan 1% per jaar, Europese aandelen zelfs nog meer. En dan mogen aandelenbeleggers zich nog gelukkig prijzen met een van de beste, relatief korte, rallies allertijde, die vanaf maart 2009 tot het einde van het verloren decennium.

Het rendement van zeg -1%, was bovendien ook nog eens zo'n 3,6% onder de officiële inflatie. Het was zelfs slechter dan het decennium rond 1850 en de jaren dertig, toen aandelen reëel toch nog rond de gemiddeld 0% per jaar maakten. Het onwrikbare vertrouwen in aandelen lijkt geschonden.

Na twee enorme bearmarkten zijn er enorme gaten geslagen in de pensioenopbouw van bijna iedereen. Het paradigma dat aandelen zo'n 8% per jaar moeten opleveren lijkt niet meer te kloppen, zeker in de gedachten van vele beleggers die bearmarkten in aandelen aan den lijve hebben ondervonden.

Het grote probleem voor veel beleggers is dat ze voornamelijk met aandelen bezig zijn (geweest). Andere beleggingscategorieën, zoals obligaties, waren, zeker in het afgelopen decennium voor velen te saai of te abstract. Er is te weinig geluisterd naar de lessen die Harry Markowitz in de jaren vijftig van de vorige eeuw opschreef in zijn Moderne Portefeuille Theorie (MPT). Wie namelijk heeft gespreid over verschillende assetcategorieën, zoals de MPT ons aanraadt, heeft helemaal niet, of veel minder, last gehad van het verloren decennium.

Obligaties uit opkomende markten hadden over de periode december 1999 tot en december 2009 bijvoorbeeld 10,9% per jaar opgeleverd (in dollars). Vastgoed (REITS, ook in dollars) gaven nog altijd 10,2%, en dat ondanks de teloorgang in 2008. En wat te denken van aandelen uit opkomende markten: gemiddeld 10,1% per jaar.

En als u denkt dat dit de positieve uitzonderingen zijn, dan moeten we u teleurstellen. Staatsobligaties 'beleefden' hun ultieme bullmarkt in het zogeheten verloren decennium: met gemiddeld 7,6% rendement per jaar. Highyield gaf 6,7% en gewone bedrijfsobligaties (credits) deden 6,1% per jaar.

En dan was er ook nog de 'revival' van de grondstoffen, die gemiddeld 7,1% per jaar wisten bij te boeken. Bovendien kwamen er steeds meer mogelijkheden voor beleggers in andere alternatieve beleggingscategorieën als hedgefondsen en managed futures op, die over de genoemde periode, ondanks de crash over 2008, per saldo ruime positieve resultaten wisten te boeken. Een goed gespreide portefeuille over tien van de hier genoemde assetcategorieën had zo'n 8% per jaar kunnen opleveren.

De grote vraag is natuurlijk of we, na het 'verloren decennium', westerse aandelen maar moeten afschrijven voor de komende tien jaar. Wellicht, maar de geschiedenis leert dat beleggingscategorieën die jarenlang uit de gratie zijn geweest, ineens weer hun revival kunnen beleven. Kijk naar commodities, die in de jaren negentig alleen maar verlies opleverden, maar in het afgelopen decennium weer helemaal tot bloei kwamen.

De komende jaren zouden aandelen zomaar weer tot leven kunnen komen, bijvoorbeeld omdat de (staats)obligaties uit de gratie raken, door de overheidstekorten en mogelijke inflatie. In onderstaande figuur heb ik de ratio afgebeeld van Amerikaanse Treasaries en de S&P500. Als de lijn in een dalende trend zit, doen aandelen het beter en als hij in een stijgende trend zit, moet je in obligaties zitten.

clip_image001

Met behulp van deze zogeheten intermarket-analyse kun je dus globale indicaties verkrijgen over wat je primair in je portefeuille moet onder- en wat moet overwegen. De jaren negentig mogen duidelijk zijn. Daar deden aandelen het relatief beter dan obligaties en moest je aandelen overwegen.

Halverwege 2000 gingen obligaties het beter doen en brak de ratiolijn door de dalende weerstandslijn. Dat was het moment om obligaties te overwegen. In de herfst van 2003 werd een stijgende steunlijn doorbroken en moesten aandelen weer overwogen worden. In de herfst van 2007 moesten we weer extra obligaties hebben. Begin 2010 hebben aandelen - relatief ten opzichte van obligaties - weer een koopsignaal gegeven.

Vrijdag ga ik verder op dit verhaal. Deze column is een bewerking van mijn voorwoord van Technische en Kwantitatieve Analyse in TKA van maart 2010.

Harry Geels is directeur Research en partner bij INMAXXA in Naarden. Daarnaast is hij uitvoerend hoofdredacteur van Technische en Kwantitatieve Analyse (TKA). De informatie in deze opinie is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. De standpunten en vooruitzichten van Geels geven zijn mening weer in zijn hoedanigheid als directeur Research.

bron: Beleggers belangen

Laatste reacties op dit bericht

  • Nog geen reacties gegeven

 

 
 



Beleggers Belangen Week 20

 

 

 

 

Altijd op de hoogte zijn?