Advies en analyse

Europa goedkoop, Amerika duur of?

Woensdag 18 mei 2011 17:20

Zijn aandelen goedkoop of duur?  Het is de eeuwige vraag en er bestaat geen eenduidig of wetenschappelijk correct antwoord op.  Gemiddeld lijken Europese aandelen niet duur en zij onderscheiden zich gunstig wat betreft rendement van staatsobligaties, maar dat is een te simplistische redenering.

Koerswinstverhouding
Een gemakkelijke maat voor het goedkoop of duur zijn van aandelen is de koerswinstverhouding.  Dit verhoudingsgetal geeft aan hoeveel keer beleggers de winst betalen.  Voor de €uro STOXX komt die nu gemiddeld uit op 12,5.  Omdat dit ver onder het historisch gemiddelde van 23,4 ligt, mag gesteld worden dat Europese aandelen erg goedkoop zijn.

De koerswinstverhouding van de S&P 500 bedraagt 15,5 versus 17,6 als gemiddelde.  Dit betekent dat Amerikaanse aandelen duur zijn.

Dividendrendement
Een andere manier om te meten of aandelen duur of goedkoop zijn, is door te kijken naar het dividendrendement.  Wanneer het relatieve dividend hoog is, zijn aandelen goedkoop en omgekeerd als de uitkomst van het dividend gedeeld door de koers laag is, zijn aandelen duur.  Het huidig dividendrendement van de €uro STOXX bedraagt 3,4 procent, wat in lijn ligt met het historisch gemiddelde van 3,3 procent.  Europese aandelen zijn dus niet duur, maar ook niet erg goedkoop.

Het dividendrendement van de S&P 500 komt nu uit op 1,8 procent.  Het gemiddelde rendement door de jaren heen bedraagt 2 procent.  Amerikaanse aandelen zijn stevig geprijsd.

Fed-model

Om te beoordelen of de beurs als geheel goedkoop of duur is, maken veel marktwaarnemers gebruik van het Fed-model, een waarderingsmodel dat de winst van bedrijven deelt door het rendement op obligaties.  Wanneer het winstrendement op aandelen, de omgekeerde koerswinstverhouding, kleiner is dan het effectieve rendement op staatsobligaties dan zijn aandelen duur en vice versa.

De verhouding tussen de relatieve winst van aandelen en de tienjaarsrente van staatsleningen is zowel in Europa als in de Verenigde Staten groter dan 1 en dus zijn aan weerszijden van de Atlantische Oceaan aandelen goedkoop.

Risicopremie
En toch varen marktstrategen niet blind op het Fed-model.  Zij werpen daarnaast een blik op de risicopremie, dat het verschil weergeeft tussen het rendement van aandelen en staatsobligaties.  Hoe hoger die premie, hoe goedkoper aandelen zijn.  Het verschil tussen het winstrendement en obligatierendement is geen constante, maar het historisch gemiddelde ligt in industrielanden rond de 3 procent en groeilanden doen een procentje meer.

De becijferde risicopremie voor Wall Street komt uit op 3,2 procent.  Dat percentage vloeit voort uit een verwacht winstrendement van 6,5 procent en een risicoloze rente op lange termijn van 3,3 procent.  Amerikaanse aandelen zijn niet duur, noch goedkoop.

Als een en ander voor de €uro STOXX wordt doorgerekend, dan blijkt dat de risicopremie met 4,7 procent een flink stuk hoger ligt dan wat normaal gangbaar is.  Europese aandelen zijn dus goedkoop, maar excessief hoge risicopremies waarschuwen voor een alles ontwrichtende systeemcrisis, zoals de Europese schuldencrisis.

Beursparadox
Wanneer echter alle verhoudingsgetallen, rendementen en modeluitkomsten op een rij worden gezet, dan delven Europese aandelen toch het onderspit van Amerikaanse.

Beleggers die desondanks de voorkeur geven aan aandelen uit de eurozone moeten erg zorgvuldig zijn bij de selectie van Ierse, Griekse en Portugeese aandelen.  Maar ook bij Belgische en Italiaanse aandelen.

Spanje staat er inderdaad niet bij, vanwege de lage koerswinstverhouding en het hoge dividendrendement.  Maar hoe je het keert of draait Duitse aandelen zijn favoriet. Zij staan er beter voor dan Wall Street, gevolgd door Nederlandse, Finse en Franse aandelen.

bron: Beleggers belangen

Laatste reacties op dit bericht

  • Nog geen reacties gegeven

 

 
 



Beleggers Belangen Week 20

 

 

 

 

Altijd op de hoogte zijn?