Advies en analyse
De drie D's van beleggen
Dinsdag 8 november 2011 11:47Met discipline, diversificatie en dividend komt u een heel end. Beleggen is op zich niet moeilijk, maar daarom nog niet makkelijk. Of een belegging uiteindelijk winst oplevert of resulteert in verlies, laat zich moeilijk voorspellen. De geschiedenis leert evenwel dat op termijn beurskoersen omhoog neigen.
Diversificatie is een belangrijk kenmerk van een goed opgebouwde beleggingsportefeuille. Bij diversificatie gaat het om het spreiden van uw vermogen over verschillende beleggingen die waarschijnlijk niet in dezelfde richting bewegen. Het doel van diversificatie is het verkleinen van het beleggingsrisico. Het is een middel en geen doel op zich. Spreid niet meer dan nodig, want over het algemeen dempt diversificatie de verliezen en roomt het de winsten af.
Dividend wordt belangrijker naarmate de aanhoudperiode langer wordt. Wie aandelen koopt met de bedoeling om ze binnen het jaar te verkopen, moet het voornamelijk hebben van koerswinst. Door de bank genomen bedraagt het dividendrendement amper 3 à 4 procent. Over een langere periode is ongeveer de helft van de opbrengst afkomstig van het dividend.

Dividend is daarnaast een vorm van inkomen. Over het algemeen keren bedrijven een keer per jaar, per halfjaar en soms per kwartaal een deel van hun winst uit aan hun aandeelhouders. Het dividend is bijgevolg een periodieke (maar niet gegarandeerde) betaalbaarstelling waardoor sommige beleggers het dividend zien als een aanvullende bron van inkomsten op hun reguliere inkomen zoals hun oudedagsvoorziening.
Discipline is een belangrijke succesfactor bij beleggen. In moeilijke tijden als op de financiële markten de emoties hoog oplopen is het belangrijk om het hoofd koel te houden. Als u niet over stalen zenuwen beschikt, niet alleen om niet te verkopen als de koersen dramatisch dalen, maar ook om vervolgaankopen te doen, staat u uw eigen rendement in de weg.
Discipline betekent ook dat je het geduld opbrengt als het even niet meezit. Beurskoersen stijgen zelden in een rechte lijn en dus zijn tijdelijke koersverliezen inherent aan beleggen.
De vraag in hoeverre rendementen voorspeld kunnen worden, kent een paradoxaal antwoord. Hoe langer de beleggingshorizon, hoe groter de voorspelbaarheid. Over korte periodes hebben we vooral te maken met toevallige ontwikkelingen, maar hoe langer de periode hoe meer deze toevalsfactoren elkaar opheffen en de voorspelbaarheid toeneemt.
Voor een goede spreiding op een beleggingshorizon van 10 jaar is een evenredige verdeling in aandelen, obligaties en vastgoed aangewezen. Het is het resultaat van optimalisatieberekeningen waarbij er een afweging wordt gemaakt van het verwachte rendement en de risico's van deze vermogenscategorieën. De doelstelling hierbij is niet zozeer het verhogen van het rendement, maar wel het verlagen van het risico.
Tot zover de theorie
Theorie is mooi, maar hoe zit het met de praktijk? Hoe verging het beleggers die 10 jaar geleden voor telkens 10.000 dollar in de Verenigde Staten aandelen, staatsobligaties en vastgoed hebben gekocht?
Eind december 2001 stond de S&P 500 op 1.148,08 punten. Nu staat de index anderhalve procent lager op 1.131,42 punten. Op jaarbasis komt dit overeen met een daling van 0,15 procent. Dividend incluis blikt de belegger echter terug op een winst van 19,3 procent, wat overeenkomt met 1,81 procent als jaargemiddelde.
De 10-jarige staatsobligaties betaalden elk jaar een couponrente van 5,05 procent en naderen nu hun vervaldatum. Hierdoor benadert de obligatiekoers de nominale waarde. Op de vervaldag wordt immers de hoofdsom volledig terugbetaald, waardoor er geen sprake is van winst noch van verlies. Dat geeft niet, want de doelstelling van obligaties was om rust in de portefeuille te brengen en het aanboren van een gegarandeerde bron van (bijkomende) inkomsten.
De waarde van de vastgoedportefeuille steeg in de afgelopen 10 jaar met 66,8 procent en dat ondanks de malaise op de Amerikaanse huizenmarkt. Tussen januari 2007 en maart 2009 implodeerden de prijzen van beursgenoteerd vastgoed ruim 70 procent. Van die scherpe daling zijn zij weliswaar nog niet bekomen, maar het beursherstel stuwde wel het jaargemiddelde naar 5,25 procent. Dankzij dividendopbrengsten komt het totaalrendement zelfs uit op 10,3 procent, op jaarbasis wel te verstaan.
Per saldo blikken beleggers dus terug op een winst van 6.533 dollar, althans per 31 oktober 2011. Wordt echter het dividend hierbij opgeteld, dan is er sprake van een totale opbrengst van 24.418 dollar, mits alle dividenden werden herbelegd. Zo niet, dan zakt de opbrengst naar 18.421 dollar. Dat betekent wel dat beleggers elk jaar aan couponrente en dividendbetalingen 950 en 1.310 dollar op hun bankrekening kregen bijgeschreven, zeg maar een rente tussen de 3 en 5 procent.

Uit de tabel blijkt dat op een beleggingshorizon van 10 jaar het totaalrendement telkens positief is, ook al daalden de koersen op Wall Street. Het betreft hierbij weliswaar een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid maar het idee overheerst dat een gezonde diversificatie onnodige risico's verwijdert zonder dat men hierbij aan rendement inboet.
bron: Beleggers belangen
Laatste reacties op dit bericht
-
Nog geen reacties gegeven
Abonnementen
- Abonneer mij op het dagelijkse gratis beurs.nl update met ieder uur het laatste beursnieuws
- Abonneer mij op het maandelijkse gratis beurs.nl review met een overzicht van de afgelopen maand
- Lees de nieuwste editie van Beleggers Belangen (inkijk exemplaar)
- Abonneer mij op het beleggersweekblad Beleggers Belangen
- Download de beurs iPhone applicatie
Altijd op de hoogte zijn?
- beurs.nl update
Ontvang iedere dag op bet gewenste tijdstip het laatste nieuws in uw mailbox
- beurs.nl review rss
Word lid van onze maandelijkse nieuwsbrief




