Advies en analyse
What used to work on wall street
Dinsdag 27 december 2011 13:05In het boek What works on Wall Street passeren tientallen bekende en minder bekende selectietechnieken, simpele en minder complexe beleggingsstrategieën de revue. What used to work on Wall Street zou een betere titel zijn voor de klassieker van James O'Shaughnessy.
Medio jaren negentig verscheen de eerste druk van What works on
Wall Street. In de loop der jaren heeft O'Shaughnessy het
cijfermateriaal driemaal bijgewerkt, waardoor het boek in november
2011 als vierde herziene uitgave op de markt kwam.
O'Shaughnessy ontwikkelde zijn passie voor kwantitatief onderzoek
bij een lokale vermogensbeheerder en verdiepte enkele jaren zijn
kennis bij zakenbank Bear Stearns. Op aanraden van een collega
richtte hij in 1988 O'Shaughnessy Capital Management op; een
adviesbureau dat zijn pijlen op grote pensioenfondsen en
stichtingen richt.
United Cornerstones
Na grondige studie van het rendement en risico was hij vol van twee
strategieën. In United Cornerstone Strategies verenigde hij zijn
favoriete waardestrategie met zijn favoriete groeistrategie. De
nadere beschouwing leert echter dat hij beide basisstrategieën
parallel naast elkaar gebruikte. Waarde en groei zijn als
beleggingsstijl immers moeilijk verenigbaar.
Om tot zijn selectie van waardeaandelen te komen, beoordeelde
O'Shaughnessy de onderliggende aandelen op vier criteria
(koers/omzet van hooguit 1,5, bovengemiddelde kasstroom,
marktwaarde en aantal uitstaande aandelen) waarna hij de fondsen
met het hoogste dividendrendement eruit haalt. In feite is
Cornerstone Value een verfijnde dividendstrategie.
Bij de groeistrategie worden de aandelen eveneens beoordeeld op hun
koers-omzetverhouding (<1,5), maar vervolgens wordt gekeken of
de nettowinst hoger is dan vorig jaar, waarna de aandelen aan hand
van hun koersontwikkeling over twaalf maanden worden geselecteerd.
Cornerstone Growth is in feite een fundamenteel onderbouwde
momentumstrategie, die in de derde editie nog verfijnd is met het
drie en zesmaandsmomentum, maar dat terzijde.
Lange termijn
In zijn laatste editie schrijft O'Shaughnessy dat beleggers door de
natuur voorgeprogrammeerd zijn om te falen. De meesten onder ons
hebben enkel oog voor de ontwikkelingen op korte termijn en activa
die de afgelopen drie tot vijf jaar het hoogste rendement hebben
geboden.
Het doel van de vierde uitgave om beleggers hiervan te weerhouden
en hen te laten zien welke strategieën op termijn de beste
resultaten opleveren. Na een verloren decennium gaan beleggers
veelal uit van een langdurige periode van lag rendementen, maar het
gemiddelde rendement in de tien jaar daaropvolgend is in de regel
dubbel zo hoog als het langetermijngemiddelde.
Nieuwe parameters
De voorgaande edities van What works on Wall Street leunden zwaar
op het verhoudingsgetal van koers en omzet. Op basis van
tijdreeksen uit 1964 en deels uit 1926 tot 2009 komt O'Shaughnessy
in de vierde uitgave van het boek tot een andere conclusie.
Zo is de koers-omzetverhouding niet langer de belangrijkste ratio,
maar het kengetal van bedrijfskasstroom en ondernemingswaarde.
Daarnaast effent het combineren van populaire
waarderingsmaatstaven, zoals koers/boekwaarde, koers/kasstroom,
koers/omzet, koers/winst, dividendrendement of
bedrijfskasstroom/ondernemingswaarde het pad naar een hoger
rendement.
Net zoals Joel Greenblatt dat met de Magic Formula doet. In The
Little Book that Beats the Market selecteert Greenblatt aandelen op
zijn zogeheten winstrendement (de ratio van het bedrijfsresultaat
en ondernemingswaarde) én op het rendement in geïnvesteerd
kapitaal, waarna de hoogstgeplaatste fondsen een jaar lang in de
beleggingsportefeuille worden opgenomen.
Multifactor
Om de kans op succes te vergroten adviseert O'Shaughnessy aandelen
op meerdere punten tegen het licht te houden. Hij ontdekte dat de
combinatie van voornoemde zes verhoudingsgetallen het beter deed
dan de parameters afzonderlijk en dat bij een lager risico.
Wanneer vervolgens uit deze groep de aandelen op hun
koersontwikkeling in de voorbije zes maanden werden beoordeeld,
bleek dat het rendement licht steeg en het risico verder omlaag
ging.
Europese markt
De afgelopen vijf jaar produceerde deze techniek aan hand van
Europese aandelen op jaarbasis ruim 15 procent winst tegenover een
bescheiden jaarwinst van een half procent voor de STOXX Europe
600.

In 2011 wil het echter niet lukken. De 25 aandelen die op de zes
fundamentele ratio's eind vorig jaar het beste scoorden en
daarnaast het hoogste momentum vertoonden, staan dit jaar 16
procent onder water terwijl het verlies van de index beperkt blijft
tot 12 procent.
Maar toch
Weliswaar geen groot verschil, maar toch. Zou O'Shaughnessy zich
hebben laten leiden door de ontwikkelingen en activa die de
afgelopen drie tot vijf jaar het hoogste rendement hebben geboden
of is 2011 simpelweg een moeilijk jaar?
De 25 aandelen die momenteel bovendrijven zijn: Royal Dutch Shell
(NL), Repsol (E), ENI, (I), Total (F), E.on (D), Fomento (E), Nokia
(SF), Vivendi (F), Total (F), Deutsche Post (D), Telecom Italia
(I), OMV (A), Boliden (S), France Telecom (F), GdF-Suez (F),
Delhaize (B), RWE (D), AP Møller-Maersk (DK), Bouygues (F),
Hochtief (D), Celesio (D), Electrolux (S), Endesa (E), Michelin (F)
en Sanoma (SF).
Laatste reacties op dit bericht
-
Nog geen reacties gegeven
Abonnementen
- Abonneer mij op het dagelijkse gratis beurs.nl update met ieder uur het laatste beursnieuws
- Abonneer mij op het maandelijkse gratis beurs.nl review met een overzicht van de afgelopen maand
- Lees de nieuwste editie van Beleggers Belangen (inkijk exemplaar)
- Abonneer mij op het beleggersweekblad Beleggers Belangen
- Download de beurs iPhone applicatie
Altijd op de hoogte zijn?
- beurs.nl update
Ontvang iedere dag op bet gewenste tijdstip het laatste nieuws in uw mailbox
- beurs.nl review rss
Word lid van onze maandelijkse nieuwsbrief




