Vorige week donderdag waarschuwde de Amerikaanse president Donald Trump: Iran heeft 10 tot 15 dagen, anders gebeuren er ‘erg slechte dingen’. Afgelopen nacht zijn Israël en de VS dan toch tot een aanval overgegaan.
De aanval komt niet uit de lucht vallen. De Verenigde Staten heeft de afgelopen maanden de grootste militaire macht opgebouwd sinds de Irak-oorlog van 2003. Vliegdekschepen, gevechtsvliegtuigen en extra troepen zijn naar de regio verplaatst. Het mikpunt: Iran.
Washington wil dat Teheran zijn nucleaire programma inperkt. Volgens de Amerikaanse regering heeft Iran zijn capaciteit om hoogverrijkt uranium te produceren de afgelopen jaren fors uitgebreid, waardoor de zogeheten ‘breakout time’ (de tijd die een land nodig heeft om genoeg splijtbaar materiaal te produceren voor één kernwapen) aanzienlijk is verkort.
Maar er spelen nog meer factoren mee: het harde optreden van het Iraanse regime tegen binnenlandse demonstranten, druk vanuit Israël en bredere strategische machtsverhoudingen in de regio.
Afgelopen week hebben Iran en de VS nog met elkaar onderhandeld in Genève. Er zou vooruitgang zijn geboekt en volgende week zouden beide landen hun besprekingen hervatten.
'Massale en voortdurende militaire operatie'
Maar Israël en de VS hebben besloten dit niet af te wachten en zijn vannacht tot een aanval overgegaan. De Amerikaanse president Donald Trump heeft dit inmiddels in een toespraak op Truth Social bevestigd.
Hij spreekt over 'massaterreur' van Iran gericht op de de VS, andere landen in het Midden-Oosten en bondgenoten van de Amerikanen, en noemt Iran de 'grootste sponsor van terrorisme ter wereld'. "Dit terroristische regime mag nooit, ik herhaal nooit nucleaire wapens in handen krijgen."
Het lijkt geen beperkte en gerichte aanval, het scenario dat tot nu toe het meest voor de hand lag. Trump spreekt van 'een massale en voortdurende militaire operatie', die de 'Iraanse rakettenindustrie zal wegvagen'. Hij bereidt de bevolking erop voor dat dit Amerikaanse slachtoffers kan kosten.
Maar de aanval lijkt ook gericht te zijn op een verandering van het regime. Trump richt zich namelijk direct tot de Iraanse bevolking. "Er zullen overal bommen vallen, maar het uur van jullie vrijheid is aangebroken."
Israël heeft in eigen land inmiddels de noodtoestand uitgeroepen, met het oog op tegenaanvallen door Iran.
Een oorlog is natuurlijk in eerste instantie een persoonlijk drama voor iedereen die erbij is betrokken. Maar het kan implicaties hebben voor beleggers. Mocht het conflict escaleren, dan kan dat diepe sporen trekken in aandelen-, obligatie- en valutamarkten.
Toenemend marktrisico: druk op hoog-beta-aandelen
Een aanval zoals deze vergroot uiteraard het marktrisico. Beleggers herwegen dan hun risicoposities, wat vaak leidt tot koersdruk in zogeheten hoog-beta-aandelen. Dat zijn aandelen die sterker bewegen dan de markt als geheel.
In eerdere geopolitieke conflicten leidde zo'n tijdelijke opleving van het marktrisico overigens niet per definitie tot langdurig zwakke beursresultaten, zoals u kunt zien in de onderstaande grafiek:

Zolang de economische fundamenten overeind blijven, kunnen Amerikaanse markten aanzienlijke spanningen absorberen. Maar bij escalatie neemt de volatiliteit vaak toe.
Risk-off: goud en veilige havens
In periodes van verhoogde spanning verschuift kapitaal vaak naar veilige havens. Dit zogenoemde risk-off-mechanisme zorgt doorgaans voor stijgingen in de koersen van edelmetalen, met name goud.
De omvang van die beweging hangt af van de schaal van het conflict. Bij een beperkte militaire actie is het effect meestal tijdelijk. Maar als het conflict lang duurt of zich uitbreidt tot andere landen in de regio, kan de vlucht naar veiligheid langer aanhouden. Let wel op het woordje 'kan'. Zekerheden zijn er bij beleggen natuurlijk nooit.
Olie en de Straat van Hormuz
Bij spanning in het Midden-Oosten draaien alle hoofden zich in eerste instantie richting de olieprijs. Iran produceert olie, behoort niet tot de grootste olieproducenten ter wereld:

Wel ligt het land aan de Straat van Hormuz, waar dagelijks circa 20 miljoen vaten olie doorheen gaan. Er is een reëel risico dat het conflict leidt tot verstoring van de doorvaart. Dat raakt producenten binnen de regio. Zo is Saudi Aramco sterk afhankelijk van export via deze route. Olieproducenten buiten de Golfregio kunnen daarvan profiteren.
Er bestaan alternatieve routes, zoals de East-West Crude Oil Pipeline van Saudi Aramco, met een capaciteit van circa 5 miljoen vaten per dag. Dat is echter slechts een deel van de ongeveer 20 miljoen vaten die dagelijks via de zeestraat worden vervoerd. Een volledige verstoring is dus niet eenvoudig op te vangen.

Valutamarkt: Amerikaanse dollar
Bij oplopende geopolitieke spanningen reageert de Amerikaanse dollar doorgaans sterk. Hoewel de greenback de afgelopen jaren minder uitgesproken als veilige haven werd gezien, kan dat snel veranderen wanneer de energieprijzen stijgen.
Hogere olieprijzen raken energie-importerende regio’s relatief harder. In dat scenario kan de dollar profiteren van kapitaalstromen richting de Verenigde Staten.
Euro
Voor de euro liggen er bij escalatie neerwaartse risico’s, vooral wanneer de olieprijzen fors oplopen. Europa is sterk afhankelijk van energie-import, waardoor hogere energieprijzen relatief zwaarder drukken op de economie.
Volgens een model van economen van ING kan een stijging van $5 van de prijs van een vat Brent-olie al leiden tot een daling van ongeveer 1% in EUR/USD. Bij sterkere olieschokken kunnen die bewegingen groter worden.
Dat effect kan deels worden verzacht door algemene risicoaversie op aandelenmarkten, waarbij de euro soms ook als alternatieve veilige haven fungeert. Toch zal bij een scherpe stijging van de energieprijzen de importafhankelijkheid waarschijnlijk zwaarder wegen.
Sectorimpact: transportsector en industrie onder druk
Door de aanval kunnen olieprijzen de lucht in schieten, vooral als de doorvaart van de Straat van Hormuz wordt belemmerd.
Dit werkt direct door in sectoren waar brandstof een groot deel van de kostenstructuur vormt. Vooral de transportsector is kwetsbaar. Vrachtvervoerders, scheepvaartbedrijven en luchtvaartmaatschappijen zien bij stijgende brandstofprijzen hun operationele kosten oplopen. Ook industriële bedrijven die veel olie afnemen, zoals chemiebedrijven, de staalindustrie en fabrikanten van kunststof, hebben last van hoge olieprijzen. Als zij deze kosten niet volledig kunnen doorberekenen, komen hun marges onder druk te staan.
Daartegenover staan energieproducenten en handelshuizen die juist kunnen profiteren van hogere prijzen en verhoogde handelsvolumes.
Hoe een en ander zich ontvouwt, blijft koffiedik kijken. We weten nog niet er een geruisloze verandering van het regime komt of dat dit het begin is van een bloedige oorlog, die mogelijk ook uitbreidt tot andere landen in de regio.
Er zit voor beleggers dan ook niets anders op dan afwachten, en in de tussentijd proberen de risico's zoveel mogelijk in te dammen.