*

Advies & Analyse

De filosofie van de Beleggers Belangen Academy

donderdag 5 oktober 2017 16:45

Bij het opzetten van de Beleggers Belangen Academy gingen we uit van onze eigen filosofie. Hoe ziet die eruit? Vijf uitgangspunten.

Het opzetten van een opleiding voor beleggers vraagt om een duidelijke visie op wat beleggen is en hoe je het moet doen – en hoe niet. Toen we de uitgangspunten voor de Beleggers Belangen Academy formuleerden, werden we dan ook gedwongen onszelf af te vragen hoe onze filosofie op beleggen er uitziet. We formuleerden vijf uitgangspunten, vijf grondbeginselen van de Academy. Die lopen uiteen van de manier waarop we naar ETF’s kijken tot de wijze waarop we omgaan met het risico op beurscrashes. Het zijn beginselen waarmee alle beleggers, en niet in de laatste plaats onze cursisten, hun voordeel kunnen doen.

1. Kruip onder de motorkap bij ETF’s

Er zijn legio manieren om een index op te bouwen. Wij zijn niet gecharmeerd van indices waarin kleine bedrijven een zware weging kunnen krijgen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren in indices waarbij de enige wegingsfactor prijs is. Voorbeelden zijn te vinden in de Amerikaanse Dow Jones-index en de Japanse Nikkei 225. Zo is de Japanse kledinglijn Fast Retailing met een beurswaarde van ¥3,6 mrd een stuk kleiner dan Toyota, dat een beurswaarde van ¥20,2 mrd heeft. Fast Retailing heeft in de bekendste Japanse beursindex echter een vijf keer hogere weging dan de autofabrikant. Dit komt door het verschil in beurskoers: ¥33800 voor Fast Retailing tegenover ¥6180 voor Toyota. Prijs is daarom een slechte wegingsfactor.

De Dow Jones is op precies dezelfde manier opgebouwd als de Nikkei. Hier heeft Goldman Sachs een weging die tien keer groter is dan die van General Electric, terwijl de beurswaarde van de zakenbank nog niet de helft is van die van het nutsbedrijf. De Dow Jones heeft nog een extra nadeel: er zitten maar dertig aandelen in, waar dat er in de Nikkei 225 zijn. Er is daardoor minder spreiding en elk bedrijf heeft een zwaardere weging dan als de index een stuk groter zou zijn. De Beleggers Belangen Academy is voorstander van een marktgewogen index met veel verschillende aandelen. Een mooi voorbeeld is de S&P500. In deze index zitten de 500 grootste aandelen van de Verenigde Staten. Het grootste beursgenoteerde bedrijf in de wereld, Apple, heeft in deze index een weging van slechts 3,7%.

2. De stijging van dividend is bijna altijd hoger dan de inflatie

Heeft u als beleggingsdoel het opbouwen van vermogen, dan kunt u dividenden het beste opnieuw investeren. Als het doel is om van uw beleggingen te leven, dan zijn dividenden ook aantrekkelijk. Heeft u een vermogen in aandelen opgebouwd dat hoog genoeg is om van de dividenden te leven, dan is inflatie namelijk geen probleem meer. Vergelijk het maar eens met een tienjarige staatslening: de uitkering daarvan is in jaar één even hoog als in jaar negen, terwijl er in deze jaren wel inflatie is geweest die voor een daling van de koopkracht zorgt. In de MSCI World zitten ruim 1600 bedrijven. De MSCI World Index keerde in 1995 $3,54 per aandeel aan dividend uit. De internetzeepbel en de kredietcrisis gaven de uitkeringen een knauw. Toch steeg het ontvangen dividend tussen 1995 en 2017 met een factor 5, terwijl de prijzen in deze periode met ongeveer 60% stegen. Onderzoek van Société Générale naar Amerikaanse aandelen in de periode 1881 tot 2015 laat zien dat dit geen uitzondering is. De jaren ‘20 van de vorige eeuw vormden de enige periode van tien jaar waarin dividenden stegen met een percentage dat niet hoger was dan de inflatie. Hoe kan het dat dividenden op de lange termijn met een groter percentage stijgen dan de inflatie? Inflatie is niets anders dan prijsstijgingen in de winkel, en daarmee stijgen ook de nominale omzetten van het bedrijfsleven. Omdat het internationale bedrijfsleven op de lange termijn altijd vooruitgaat, treedt na inflatie groei op.

3. Dividend is het allerbelangrijkste

Op de lange termijn komt bijna het volledige rendement op aandelen van de dividenduitkering. Dat maakt het dividend van doorslaggevend belang. Dividend is het gedeelte van de winst dat het bedrijf niet nodig heeft voor investeringen. Bij de Beleggers Belangen Academy onderscheiden wij vier mogelijke bestemmingen voor dit geld. De belangrijkste: het opnieuw investeren in dezelfde asset die het dividend uitkeerde. Dit werkt als een sneeuwbal: in het eerste jaar is er de dividenduitkering, in het tweede jaar is er dividend dat volgt uit de nieuwe assets die gekocht zijn van het dividend. Deze kracht van dividend op dividend is enorm. James Montier, beleggingsspecialist bij vermogensbeheerder GMO, heeft ontdekt dat op de Amerikaanse aandelenmarkt van 1871 tot 2010 maar drie factoren rendement genereerden: verandering in de koers-winstverhouding, dividend en de groei van het dividend. In het eerste jaar maakt de verandering in koers-winstverhouding 75% uit van het rendement. Na vijf jaar is het compleet omgedraaid: dan nemen het dividend en dividendverhogingen 75% van het rendement voor hun rekening. Montier wijst erop dat dit niet alleen een Amerikaans fenomeen is, maar dat het overal voorkomt. De Europese markten zitten zelfs tussen de 80 en 100%. Het is daarom belangrijk dat als de belegger een lange horizon heeft, hij assets koopt die dividend genereren. De tweede mogelijke bestemming van het dividend is het te investeren in een andere vermogenscategorie. Die kan goedkoper zijn, of de belegger wil de weging van een andere categorie laten toenemen. De belegger kan de uitkering ook op een spaarrekening zetten om het geld te investeren als een van de assets een dip laat zien. De vierde mogelijkheid is om de dividenden op te nemen en ervan te leven. Het onderzoek van Montier bevat een interessante conclusie: op het niveau van een index is koerswinst een illusie. Als koersen stijgen, kunnen er maar drie dingen aan de hand zijn, betoogt Montier. Ten eerste kan er inflatie in het spel zijn, ten tweede kunnen de bedrijven in een index goed draaien waardoor winst en dividend omhoog gaan. Het rendement valt dan niet onder de noemer koerswinst maar onder het dividend. De derde mogelijkheid is een toename in de koers-winstverhoudingen.

4. We zijn nooit bang voor een crash

Bij de Beleggers Belangen Academy liggen wij niet wakker van de vraag of er een crash aan zit te komen. De reden hiervoor is dat een crash het verwachte rendement aan het eind van onze beleggingshorizon niet verandert. Dit komt onder andere doordat extreem goede jaren volgen op extreem slechte jaren. Het slechtste jaar ooit voor aandelen in de Verenigde Staten was 1931, met een verlies van 44,3%. Het beste jaar was 1933, met een winst van 57,0%. Voor aandelen in het Verenigd Koninkrijk was het slechtste jaar 1974, met een verlies van 48,8%. Het beste jaar was 1975, met een rendement van 145,6%. Dit is allemaal geen toeval. In extreem slechte jaren verkopen beleggers aandelen in paniek. De koersen dalen daarom een stuk harder dan de winsten van bedrijven. Dit betekent dat de waarderingen dalen. Wanneer het stof is neergedwarreld, realiseren beleggers zich vervolgens dat ze te negatief waren en slaan ze massaal aan het kopen. Dit patroon herhaalt zich al honderden jaren. De enige crashes op de beurs waar geen tijdig herstel volgt, zijn crashes die plaatsvinden vanaf een niveau van hoge overwaardering. In de portefeuilles van de ijkpersonen van de Beleggers Belangen Academy zullen wij nooit beleggen in assetclasses die een te hoge waardering hebben. Om deze reden zijn wij tegen gespreid instappen als u in één keer een groot bedrag tot uw beschikking heeft. Dat verkort slechts de looptijd en verlaagt het rendement op de lange termijn.

5. In één keer alles beleggen is het beste

Als u in één keer een groot geldbedrag tot uw beschikking krijgt, kunt u dat bedrag meteen helemaal beleggen of u kunt gespreid instappen. Van dat laatste zijn wij zoals gezegd geen voorstander. Een voorbeeld met Amerikaanse aandelen laat zien waarom. Als de waardering daarvan gemiddeld is, is er op een termijn van tien jaar een gemiddeld rendement. Tussen 1900 en 2015 hebben Amerikaanse aandelen gemiddeld 9,4% per jaar opgeleverd. Na aftrek van de inflatie blijft er reëel 6,4% per jaar over. Als een positie in aandelen in 24 maandelijkse termijnen wordt opgebouwd, zijn er voordelen en nadelen. Het voordeel is dat de belegger de gemiddelde waardering krijgt over een periode van twee jaar. Koopt hij de aandelen in één keer, dan is het mogelijk dat hij op de hoogste waardering koopt in twee jaar tijd. Dit laatste pleit op zich voor gespreid beleggen, maar weegt niet op tegen het feit dat het gespreid kopen van aandelen overeenkomt met het beperken van de looptijd van de belegging. In het voorbeeld met 24 maandelijkse porties is de looptijdbeperking één jaar. Dit betekent dat het geld een jaar korter wordt ingezet. Het gevolg is dat het verwachte nominale rendement bij een normale waardering van Amerikaanse aandelen 9,4% lager uit komt. Anders gezegd: de belegger behaalt het verwachte rendement pas een jaar later. Mocht u in één keer alles hebben belegd en er komt een crash, dan biedt dit kansen. Het niet beleggen van vermogen heeft alleen zin als er geen assetclasses te vinden zijn met een verwacht rendement dat hoger ligt dan spaarrente. Een aandelencrash zorgt ervoor dat een van de assetclasses een lage waardering krijgt. Dit betekent dat het verwachte rendement toeneemt. Hiervan valt te profiteren door het (gedeeltelijk) verkopen van een andere assetclass in de portefeuille met een hogere waardering. Hierdoor komt geld vrij om extra te beleggen in de assetclass met lage waardering. Het gevolg is dat het verwachte rendement voor de hele portefeuille toeneemt.

 


Wie mag dit artikel niet missen? U kunt als abonnee dit artikel cadeau geven aan uw vrienden of familie. Klik bovenaan het artikel op de link en het artikel wordt per e-mail doorgestuurd.


The post De filosofie van de Beleggers Belangen Academy appeared first on Beleggers Belangen.