beurs.nl

monitor icon Market Monitor

Beurscodes, betekenis en hulp bij zoeken

Europa

AEX
Euronext Amsterdam
BRU
Euronext Brussels
PSE
Euronext Paris
LIS
Euronext Lissabon
CHX
CBOE Europe, grote(re) EU aandelen
NAV
Investment Funds (NAV)

Noord-Amerika

NYS
New York Stock Exchange
OTC
CBOE BZX Exchange (US)
TSE
Toronto Stock Exchange

Kunt u een instrument niet vinden?

Zoek dan via de zogenaamde ISIN code. Elk instrument, aandeel etc. heeft een unieke code.

Kies vervolgens - wanneer er meerdere resultaten zijn - de notering op de beurs van uw keuze.

Waar vind ik die ISIN code?

Google de naam van het instrument, aandeel etc. met de toevoeging 'ISIN'.

Als zoeken op ISIN code geen resultaten oplevert hebben wij het instrument of aandeel niet in onze koersendatabase.

Advies & Analyse

Monetaire verruiming zet geen turbo op de economie, al denken velen van wel

Toen door het coronavirus vorig jaar de ene na de andere economie op slot ging, namen centrale banken overal ter wereld hun toevlucht tot monetaire verruiming (quantitative easing, QE) om de economische activiteit aan te zwengelen. Daardoor verbeterde de stemming bij beleggers, maar QE zou voor de wereldeconomie wel eens minder gunstig kunnen zijn dan centrale bankiers dachten.

De theorie is dat QE de kredietverlening stimuleert door de lange rente te verlagen en lenen dus goedkoper te maken voor bedrijven en consumenten. Volgens Fisher Investments Nederland is het echter goed mogelijk dat QE de economie en de markten eerder afremt dan aanwakkert. In dit artikel bespreken we wat QE is, hoe het in de praktijk werkt en wat het vandaag voor beleggers betekent.

Wat is QE en waarom maken centrale bankiers er gebruik van?

Met monetaire verruiming worden de aankopen van langlopende obligaties door de centrale banken bedoeld. Een centrale bank die massaal staatsobligaties opkoopt, drijft de koersen van die obligaties op en de rente naar beneden, want de obligatiekoersen en de rente zijn negatief gecorreleerd. Aangezien de banken die obligatierente vaak gebruiken als referentierente bij nieuwe leningen, voeren voorstanders van QE aan dat de lagere rente zorgt voor goedkopere leningen en dus een grotere kredietvraag. Een ander vermeend voordeel is dat zakenbanken op die manier worden overspoeld met overtollige liquiditeiten, waardoor ze meer krediet kunnen verlenen en de economie kunnen stimuleren. In theorie klinkt dat allemaal aannemelijk, maar de geschiedenis leert ons dat QE nauwelijks economisch krachtvoer te noemen is.

QE is goed in theorie, niet in de praktijk

QE gaat voorbij aan een belangrijke factor in de kredietformule: de spread op de rentecurve. De spread op de rentecurve is het verschil tussen de lange en de korte rente en stemt ruwweg overeen met de winstmarge van de banken. Banken lenen geld uit tegen de lange rente en lenen zelf geld via de deposito's van hun klanten tegen de korte rente. Hoe groter de spread, hoe winstgevender het voor banken is om nieuwe kredieten te verstrekken – en hoe meer zij geneigd zijn om dat te doen.

Wanneer door QE de lange rente daalt, neemt de spread op de rentecurve af. Daardoor vermindert voor banken het winstpotentieel en dus ook de prikkel om nieuwe leningen toe te kennen. QE stopt banken wel extra liquiditeiten toe, maar die gebruiken dat geld niet noodzakelijkerwijs om nieuwe leningen uit te schrijven. Ze kunnen dat geld ook gewoon aanhouden als overtollige reserves. De theorie van de centrale banken is in het verleden dus anders uitgepakt dan gepland, en Fisher Investments Nederland is van mening dat QE de economische groei eerder vertraagt dan aanzwengelt. Volgens ons gaan aandelen en economieën erop vooruit ondanks QE, niet dankzij QE.

Wat QE vandaag voor beleggers betekent

Aangezien heel wat centrale banken in 2020 opnieuw met QE gestart zijn, weerklinkt vandaag vooral de vraag wat er zal gebeuren wanneer zij hun aankopen weer afbouwen ('tapering') en uiteindelijk stopzetten.

In het voorjaar van 2021 kondigden zowel de Canadese als de Britse centrale bank plannen aan om hun QE-programma af te bouwen. Daardoor gingen nogal wat beleggers zich afvragen wanneer de andere centrale banken zullen volgen en wat dat voor hun economieën betekent. Wij raden echter aan om aan die prognoses niet al te veel belang te hechten. Centrale bankiers zijn mensen en kunnen onaangekondigd van mening veranderen. Proberen om de ingrepen van centrale banken te voorspellen, is naar onze mening dan ook niet zinvol.

Bovendien is een afbouw van de monetaire verruiming, die de economie toch niet zo sterk stimuleert als velen denken, volgens ons niet per se een slechte zaak. Het zou zelfs vrij positief kunnen zijn, want daardoor vermindert de neerwaartse druk op de lange rente wat. Als we terugblikken op de vorige bullmarkt, toen beleggers zich grote zorgen maakten over de afbouw van de aankoopprogramma's, kunnen we ervan uitgaan dat de huidige cyclus er hoogstwaarschijnlijk niet door ten einde komt.

De Amerikaanse Federal Reserve maakte op 22 mei 2013 voor het eerst bekend een afbouw te bespreken en kondigde enige tijd later plannen aan om haar aankoopprogramma te verminderen en uiteindelijk stop te zetten op 31 oktober 2014. In die periode koerste de MSCI USA 24,5% hoger (in Amerikaanse dollar).i De rente op tienjaars Amerikaanse staatsobligaties schoot tussen mei en september 2013 van 2,0% naar 3,0%, maar stond in oktober van het volgende jaar alweer op 2,3%.ii Het bijzonder negatieve effect dat de doemdenkers hadden voorspeld, bleef uit. In de daaropvolgende jaren verhoogden de VS meermaals de korte rente en in 2017 begon de Federal Reserve haar balans weer af te bouwen – en toch hield de bullmarkt aan. Ga er niet zomaar van uit dat een afbouw van de monetaire verruiming per definitie nadelig is voor aandelen – het tegendeel zou wel eens waar kunnen zijn.

Houd naarmate het jaar vordert het hoofd koel en verwacht aanhoudende berichten van het QE-front. Velen denken dat QE de economische activiteit opdrijft en dat een stopzetting ervan slecht is voor de economie en de markten, maar volgens Fisher Investments Nederland stijgen de markten ondanks en niet dankzij QE. Wanneer vrees onterecht blijkt, krijgen de markten vaak een duw in de rug en worden geduldige beleggers beloond.

Fisher Investments Nederland is de handelsnaam die wordt gebruikt door de vestiging van Fisher Investments Luxembourg, Sàrl in Nederland (“Fisher Investments Nederland”). Fisher Investments Nederland is geregistreerd in het handelsregister van de Nederlandse Kamer van Koophandel met het ondernemingsnummer 75045486. Als de Nederlandse tak van Fisher Investments Luxembourg, Sàrl, staat Fisher Investments Nederland onder het toezicht van de Commission de Surveillance du Secteur Financier (“CSSF”) en is geregistreerd bij de Nederlandse Autoriteit Financiële markten. Fisher Investments Luxembourg, Sàrl is een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in Luxemburg (onder het nummer: B228486) die ook handelt onder de naam Fisher Investments Europe (“Fisher Investments Europe”). Fisher Investments Europe is gereguleerd door de CSSF. Het geregistreerde adres van Fisher Investments Europe is: K2 Building, Troisième étage, Forte 1, 2a rue Albert Borschette, L-1246 Luxembourg.

Fisher Investments Europe besteedt sommige aspecten van het dagelijkse beleggingsadvies, portefeuillebeheer en portefeuillehandelingen uit aan gelieerde ondernemingen. Meer specifiek zal de voorbereiding van rapporten met betrekking tot de geschiktheid van de beleggingen gedeeltelijk uitgevoerd worden door Fisher Investments Europe Limited, handelend onder de naam Fisher Investments UK ("Fisher Investments UK"), en zal de dagelijkse besluitvorming over de portefeuillestrategie uitgevoerd worden door Fisher Asset Management, LLC, handelend onder de naam Fisher Investments ("Fisher Investments"). Portefeuillehandelingen kunnen worden verricht door Fisher Investments Europe, Fisher Investments UK of andere gelieerde ondernemingen. Beleggen op de financiële markten brengt een risico van verlies met zich mee en er is geen garantie dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk terugbetaald zal worden. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor toekomstige rendementen en geven daar geen betrouwbare indicatie van. De waarde en opbrengst van de beleggingen volgen de schommelingen van de wereldwijde aandelenmarkten en van de internationale wisselkoersen.