Advertorial

Het Europese populisme vormt waarschijnlijk geen bedreiging voor de markten

Begin februari had de Italiaanse mede-vicepremier Luigi Di Maio een ontmoeting met de Franse gilets jaunes (gele hesjes). Daarmee veroorzaakte de leider van de Vijfsterrenbeweging (M5S) een diplomatieke rel, waarbij de Franse president Emmanuel Macron zijn ambassadeur in Italië terugriep. Bij het bestuderen van de financiële media constateerden we dat de angst voor ontwrichting van de Europese politiek, economieën en markten door populistische bewegingen door deze gebeurtenis is toegenomen. Maar het daadwerkelijke beleid (of gebrek daaraan) van populisten doet naar ons idee anders vermoeden. Recente ontwikkelingen in Italië, Zweden en Griekenland doen vermoeden dat populisten ofwel voor een gematigde opstelling kiezen ofwel te weinig macht hebben om veel voor elkaar te krijgen. Wij zijn van mening dat wanneer een regering in een impasse verkeert, er minder kans is op radicale wetgeving met een negatieve impact op Europese aandelen.

Een voorbeeld daarvan is de Italiaanse populistische coalitie tussen de anti-establishment-partij M5S en de rechts-nationalistische Lega Nord. Toen ze vorig jaar een regering vormden, waarschuwden deskundigen op grond van de extreme verkiezingsbeloftes van deze partijen dat het radicalisme om zich heen zou grijpen en de economieën en markten van Italië en de eurozone zou kunnen ontwrichten. Vandaag de dag duiken die verkiezingsbeloften nog steeds op in schreeuwende krantenkoppen, ondanks het feit dat de coalitie weinig voor elkaar schijnt te krijgen. Het lijkt er inderdaad op dat de Italiaanse coalitie een vrij gematigde koers heeft uitgestippeld.

Na maandenlang touwtrekken met de EU over de begroting, kwamen Rome en Brussel in december in alle rust tot een compromis, waarbij de EU de begrotingsregels verruimde en Italië het oorspronkelijk ingediende begrotingstekort verlaagde. Toen de strijd om de begroting oplaaide, schoot de 10-jaarsrente op Italiaanse staatsobligaties omhoog van 2,8% op 19 september naar 3,6% op 19 oktober. Dit ontmoedigde tijdelijk de kredietverlening en, in het verlengde daarvan, de bedrijfsinvesteringen (die vaak gefinancierd worden met langlopende kredieten).[i] We denken dat deze ontwikkeling bijdroeg aan het ontstaan van de Italiaanse recessie in de tweede helft van 2018. Nu de rente echter is gedaald, zal de in 2018 uitgestelde activiteit in 2019 naar verwachting worden hervat.

Het besluit van de Italiaanse regering om een noodlijdende bank te redden, is een ander recent voorbeeld van gematigdheid. Banca Carige – een Italiaanse regionale kredietinstelling die al lang in de problemen zit – slaagde er vorig jaar niet in kapitaal aan te trekken om de omvangrijke betalingsachterstand van slechte kredieten (kredieten waarvan de kredietnemer de rente en aflossingen niet volgens een vast schema betaalt) op te vangen. Met als gevolg dat Banca Carige begin januari onder beheer van de ECB werd geplaatst. In het kader van de afwikkeling gaf de Italiaanse regering de Genuaanse bank toestemming tot het uitgeven van door de staat gegarandeerde obligaties, onder beheer van de ECB. Hoewel het niet echt een bail-out is, komt het wel neer op een staatsgarantie voor een noodlijdende kredietverlener. Deze zaak werd niet alleen vrij snel en geruisloos afgewikkeld, het gebeurde ook nog eens onder toezicht van een regering die tijdens de verkiezingscampagne de vloer aanveegde met reddingsoperaties van banken door de overheid. We hebben de indruk dat de Italiaanse populisten, om de stabiliteit te handhaven, buigen voor de economische realiteit en samenwerken met dezelfde institutionele instellingen die ze voorheen belachelijk maakten. Zoveel verschillen ze dus niet van hun voorgangers, die tot de meer traditionele politieke partijen behoorden.

Ondertussen heeft in Zweden een populistische partij terrein gewonnen tijdens de landelijke verkiezingen in september 2018, maar net als de Nederlandse populistische partij in 2017, lukt het deze niet om in de regering te komen. Na de verkiezingen, waarbij de populistische en anti-immigratie-partij Zweedse Democraten 17,5% van de stemmen won, zagen we dat veel financiële media ervoor waarschuwden dat een populistische regering voor onrust op de aandelenmarkten zou kunnen zorgen. Maar na bijna vijf maanden van politiek gekibbel over de vorming van een regering, is Stefan Löfven, de leider van de Sociaal Democratische Partij – de oudste en grootste politieke partij in Zweden – op 21 januari teruggekeerd als premier.

Hij heeft echter een onwerkbare coalitie samengesteld. Deze bestaat naast de partij van Löfven ook uit de Groenen (beide centrum-links). Maar de coalitie heeft ook de steun nodig van de Centrumpartij en de Liberalen (beide centrum-rechts). Zonder hun goedkeuring kunnen geen nieuwe wetten worden aangenomen. Bovendien beschikt de bijna communistische Linkse Partij over een vetorecht. De coalitie van Löfven heeft maar 167 van de 349 parlementszetels – een minderheidsregering. Om zijn premierschap veilig te stellen, heeft Löfven de Linkse Partij ervan overtuigd om niet tegen de door hem voorgestelde regering te stemmen. Hoewel de Linkse Partij daarmee instemde, gaf de partijleiding wel te kennen dat ze alle wetsvoorstellen die naar hun mening te extreem zijn, zullen verwerpen.

Naar onze mening lijkt deze situatie veel op de situatie in Duitsland. Beide landen hebben een regering die bestaat uit ideologisch tegenovergestelde partijen – met een schamele machtspositie – en die waarschijnlijk niet daadkrachtig genoeg is om ingrijpende wetgeving goedgekeurd te krijgen, zelfs niet als het om centristische partijen gaat. De situatie neigt meer naar een impasse. Voor de nabije toekomst verwachten we dat een dergelijke politieke impasse zich in de meeste Europese landen zal voordoen. Daarom denken we dat populisten, aan de macht of wachtend in de coulissen, waarschijnlijk niet zo bedreigend zijn als dat de media ze vaak afschilderen. Volgens ons is dit een positief gegeven voor de Europese markten.

Dit zijn geen geïsoleerde voorbeelden van populisten die tot bedaren zijn gekomen door een impasse of gematigdheid. Het is de moeite waard dit te vermelden nu sommige deskundigen waarschuwen voor onrust op de markt als de populisten het goed doen bij de vervroegde verkiezingen in Spanje in april en/of bij de Europese parlementsverkiezingen in mei. Toen Griekenland in 2015 een populistische regering koos, aangevoerd door Syriza, de partij van premier Alexis Tsipras, zagen we hetzelfde scenario. Syriza voerde campagne tegen de euro en tegen bezuinigingsmaatregelen. De ontwikkelingen die daarop volgden, vormen een illustratief voorbeeld. In de aanloop naar de Griekse verkiezingen van 2015 was Syriza faliekant tegen de bail-out-voorwaarden die de EU, het IMF en de ECB (de zogenoemde ‘Trojka’) wilden opleggen. Kort na zijn aantreden schreef Tsipras een referendum uit om die voorwaarden te verwerpen: de Grexit. De kiezers gaven hem gelijk. Maar toen puntje bij paaltje kwam, krabbelde Tsipras terug. Hij ging niet alleen akkoord met de bezuinigingsmaatregelen van de Trojka, maar ook met het privatiseringsprogramma, waartegen Syriza fel campagne had gevoerd. Hoewel het geval van Tsipras in Griekenland een extreem voorbeeld is, denken we wel dat het duidelijk maakt dat de angst voor een machtsovername door populisten vaak overdreven is.

Sindsdien staat Tsipras internationaal bekend als een pragmatisch staatsman – een schril contrast met de linkse onruststoker die destijds premier werd. Zijn nieuwe reputatie werd definitief gevestigd toen Griekenland eerder dit jaar het slepende naamgevingsconflict met zijn noorderbuur oploste, het land dat nu Noord-Macedonië wordt genoemd. Nu dit langdurige conflict is opgelost, is de weg vrij voor Noord-Macedonië om lid te worden van de EU en de NAVO. Dit diplomatieke succes verhoogt ook het politieke kapitaal van Griekenland bij deze organisaties.

Het is interessant om te zien dat Tsipras bereid was een hoge politieke prijs te betalen voor de naamswijziging. De kleinere coalitiepartner van Syriza – Onafhankelijke Grieken – stapte op 13 januari, voordat de deal van Tsipras ter goedkeuring aan het Griekse parlement werd voorgelegd, uit protest uit de regering. Dit leidde enkele dagen later tot een motie van wantrouwen, die Tsipras ternauwernood overleefde. De stemming van 25 januari in het Griekse parlement was echter belangrijker – een verwerping van de deal zou waarschijnlijk tot vervroegde verkiezingen hebben geleid. Maar het voorstel werd aangenomen met 153 stemmen voor, 146 tegen en 1 onthouding. Hiermee werden vervroegde verkiezingen voorkomen, maar uit de opiniepeilingen blijkt dat deze zet van Tsipras niet populair was bij de Grieken, die in oktober weer naar de stembus gaan voor de parlementsverkiezingen. Hoewel het volgens ons nog te vroeg is om te speculeren over de uitslag van die verkiezingen, is dit hele verhaal een recent voorbeeld van de gematigde houding die populisten aannemen als ze eenmaal in functie zijn. Dit gaat lijnrecht in tegen de wijdverspreide angsten die we regelmatig in de financiële media tegenkomen. Daarom denken we dat die gematigdheid een flinke positieve verrassing voor Europese beleggers zou kunnen opleveren.

 

Fisher Investments Nederland is het Nederlandse bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited. Fisher Investments Nederland is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel onder nummer 57731446. Als Nederlands bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited staat Fisher Investments Nederland onder toezicht van de Britse toezichthouder FCA en, op basis van kennisgeving, van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Fisher Investments Europe Limited is geautoriseerd en gereguleerd door de Britse toezichthouder Financial Conduct Authority (FCA-nummer 191609). Het is geregistreerd in Engeland (ondernemingsnummer 3850593). Fisher Investments Europe Limited heeft als maatschappelijke zetel: 2nd Floor, 6-10 Whitfield Street, London, W1T 2RE, Verenigd Koninkrijk.

Fisher Investments Europe Limited besteedt het portefeuillebeheer uit aan zijn moedermaatschappij, Fisher Asset Management, LLC, dat opereert onder de naam Fisher Investments, gevestigd is in de VS en onder toezicht van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission staat.

Beleggen op de beurs brengt het risico van verlies met zich mee en er is geen garantie dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk terugbetaald zal worden. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie of betrouwbare indicatie van toekomstig rendement. De waarde en opbrengst van de beleggingen volgen de schommelingen van de wereldwijde aandelenmarkten en van de internationale wisselkoersen.

 

[i] Bron: FactSet, per 5/2/2019. Rente op tienjarige Buoni del Tesoro Poliannuali (BTP), 18/9/2018 en 19/10/2018.