Advertorial

Inleiding tot de PMI’s voor de belegger

Elke maand onderzoeken economische studiebureaus zoals IHS Markit[i] duizenden ondernemingen in de hele wereld om te peilen of de economische activiteit per saldo groeit of krimpt. Deze studies vormen de basis van een conjunctuurindicator, de Purchasing Managers’ Index (PMI, inkoopmanagersindex) genoemd. Deze PMI’s vinden wij een nuttige, maar vaak ook verkeerd begrepen economische indicator. Wij hopen dat u na de inleiding hieronder de berichtgeving over PMI’s beter zult kunnen analyseren en het belang ervan voor de economie en voor aandelen beter zult begrijpen.

In de PMI-enquêtes wordt aan de respondenten gevraagd om aan de hand van een reeks waarderingscijfers aan te geven of zij als bedrijf groei of krimp ondervinden.[ii] De enquêteurs brengen de antwoorden bijeen en distilleren daar indices uit waarin het percentage firma’s wordt geschat dat in een bepaalde maand melding maakt van expansie (per saldo en voor een aantal sub-indicatoren).[iii] De bestanddelen van de PMI’s variëren van sector tot sector, maar gewoonlijk omvatten ze output (hoeveel een bedrijf gedurende een maand geproduceerd heeft), nieuwe orders (ingekomen bestellingen van nog te leveren goederen en diensten), achterstand in de orders (bestellingen die anders dan in eerdere periodes nog niet ingekomen zijn), inputprijzen (prijzen van onderdelen, arbeid, elektriciteit e.d.) en arbeidsplaatsen.[iv] Een uitslag boven de 50 voor het alomvattende cijfer komt neer op expansie – onder de 50 is er sprake van krimp.

Onze grondige analyse van de financiële media wijst uit dat PMI’s veelal worden afgeschilderd als een gezaghebbende weergave van de huidige economische situatie of van toekomstige groei. Zo wordt een PMI die van 54,0 naar 53,5 daalt doorgaans beschreven als een teken van groeivertraging, terwijl de geringste verbetering al voor groeiversnelling moet doorgaan. Volgens ons hoeft geen van beide te kloppen. Om misvattingen te voorkomen, geven we hierbij een overzicht van wat wij denken dat PMI’s aan beleggers laten zien versus wat PMI’s niet automatisch bewijzen.

Allereerst bieden PMI’s wél zicht op de huidige conjunctuur. Zijn de meeste ondernemingen, te oordelen naar de veelal boven de 50 uitkomende PMI-cijfers, in expansie? Volgens ons betekent dit dat de economie aardig op dreef is. Krimpen de meeste ondernemingen in, met PMI’s onder de 50? Hierin zien wij een teken van conjuncturele flauwte.

Van de sub-indicatoren van de PMI’s vinden wij de nieuwe orders de meest veelzeggende. Aangezien de bestellingen van vandaag de productie van morgen vormen, is de toekomstige output eruit af te leiden. Daarom vinden wij dit cijfer een nuttige, op de toekomst gerichte conjunctuurindicator. In combinatie met de berichtgeving in de media kunnen PMI’s ook verduidelijken hoe het er voor staat met het sentiment. Als de enquête op marktbrede groei wijst maar de media er niet veel goeds in zien, betekent dat wellicht dat de fundamentals beter zijn dan algemeen wordt aangenomen – wat volgens ons een positieve factor voor aandelen kan zijn.

Het lijkt ons echter even belangrijk voor beleggers om te weten wat niet uit de PMI’s blijkt – en de talloze misvattingen te kennen die daarover in de media verschijnen. Ten eerste zijn PMI’s geen perfecte indicator van economische activiteit of groei, maar een maatstaf van de breedte van de groei – welk percentage van de onderzochte bedrijven groei te melden had – niet van de omvang van deze groei. Dit helpt volgens ons verklaren waarom de maandcijfers over de werkelijke output aan diensten of producten vaak afwijken van de resultaten in het desbetreffende PMI-verslag. Als het percentage groeiende bedrijven in een bepaalde maand daalt van 54.0% naar 53.5%, maar er bij de bedrijven zelf in deze 53.5% sprake is van groeiversnelling, hoeft de reële output niet zo traag te groeien. Zo kan ook een opleving neerkomen op wijdverbreide, maar niet noodzakelijk snellere groei.

Verder wordt in veel artikelen het belang van PMI’s uit met name de maakindustrie overschat – vooral wanneer gevreesd wordt voor een “onevenwichtige” economie of een “productievertraging”. In de meeste grote economieën ligt het zwaartepunt namelijk op dienstverlening. Daar is volgens ons niets mis mee. Een goed voorbeeld is de “recessie in de productie” van eind 2015 – begin 2016 in de VS. In de verwerkende industrie stonden de PMI’s van oktober 2015 tot februari 2016 beneden de 50, en was er dus sprake van krimp.[v] Dit was echter vooral te wijten aan problemen in de energiesector. Het aanboren en ontginnen van olievelden valt weliswaar onder de PMI van ISM over de Amerikaanse niet-verwerkende industrie, maar de aardolie- en kolensector, waartoe veel olieraffinaderijen behoren, is opgenomen in de indicator voor de verwerkende industrie. De sector had last van overaanbod, waardoor de PMI’s van de verwerkende industrie op krimp wezen – maar de marktbrede economische vertraging waarvoor werd gevreesd deed zich niet voor.

Zo staan er in Britse publicaties ook vaak artikelen waarin wordt geklaagd over de “onevenwichtige” economie van het land – met name wanneer de diensten sneller groeien dan de maakindustrie of wanneer de PMI’s van eerstgenoemde sector die van laatstgenoemde overtreffen. Toch hebben de periodiek negatieve bijdragen uit de industriële productie en de maakindustrie van het VK de laatste jaren geen recessie veroorzaakt.[vi]

Momenteel wijzen de meeste PMI’s over verwerkende industrie en diensten van de ontwikkelde markten op expansie, ook de voorlopende cijfers over nieuwe orders.[vii] Samen met het nog steeds lauwe sentiment – vooral in Europa – lijkt ons dit een teken dat de bullmarkt nog niet voorbij is.

 

Fisher Investments Nederland is het Nederlandse bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited. Fisher Investments Nederland is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel onder nummer 57731446. Als Nederlands bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited staat Fisher Investments Nederland onder toezicht van de Britse toezichthouder FCA en, op basis van kennisgeving, van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Fisher Investments Europe Limited is geautoriseerd en gereguleerd door de Britse toezichthouder Financial Conduct Authority (FCA-nummer 191609). Het is geregistreerd in Engeland (ondernemingsnummer 3850593). Fisher Investments Europe Limited heeft als maatschappelijke zetel: 2nd Floor, 6-10 Whitfield Street, London, W1T 2RE, Verenigd Koninkrijk.

Fisher Investments Europe Limited besteedt het portefeuillebeheer uit aan zijn moedermaatschappij, Fisher Asset Management, LLC, dat opereert onder de naam Fisher Investments, gevestigd is in de VS en onder toezicht van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission staat.

Beleggen op de beurs brengt het risico van verlies met zich mee en er is geen garantie dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk terugbetaald zal worden. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie of betrouwbare indicatie van toekomstig rendement. De waarde en opbrengst van de beleggingen volgen de schommelingen van de wereldwijde aandelenmarkten en van de internationale wisselkoersen.

 

[i] Ook andere bureaus – zoals het Institute for Supply Management (ISM) in de VS en het Chinese bureau voor de statistiek – verrichten dergelijke studies, maar wij richten ons op IHS Markit, gemakshalve en omdat het Europa in zijn onderzoek opneemt.

[ii] Ibid.

[iii] Ibid.

[iv] Ibid.

[v] Bron: FactSet, per 26/11/2018.

[vi] Bron: Brits bureau voor de statistiek (Office for National Statistics), per 26/11/2018.

[vii] Bron: IHS Markit, per 26/11/2018.