Advertorial

Zin en onzin van handelstekorten

Momenteel wordt het nieuws beheerst door berichten over douanetarieven, handelsoorlogen en handelstekorten. Politici spreken zich vastberaden uit om handelstekorten weg te werken door de invoering van nieuwe tarieven. Anderen slaan vervolgens terug. Door het ‘oog om oog, tand om tand’-principe zwelt de handelsretoriek aan, aangewakkerd door de financiële media, die beleggers waarschuwen voor de bijbehorende risico’s. Is het eigenlijk wel zo dat politici handelstekorten moeten corrigeren? Hebben landen met een handelstekort eigenlijk wel een probleem? Door de negatieve connotatie van handelstekorten, denken veel mensen dat dit slecht is voor de economie, en import dus ook. Wij zijn van mening dat handelstekorten er niet toe doen; de economische groei kan met of zonder uitstekend zijn.

Volgens ons heeft veel van de negativiteit rondom handelstekorten te maken met het beeld dat veel politici en media schetsen van import. Handelstekorten worden berekend door de import van een land af te trekken van zijn export. Als de import groter is, is er sprake van een tekort. (Het tegenovergestelde is een overschot.) Dit leidt ertoe dat veel politici en analisten import afschilderen als slecht voor de economie en export als goed. Maar als het zo is dat handelstekorten zo verschrikkelijk zijn, hoe kan het dan dat de Amerikaanse economie zo enorm gegroeid is en met afstand de grootste economie ter wereld is, terwijl het land sinds 1976 een handelstekort heeft?[i]

Door import als iets slechts te beschouwen, gaan we naar onze mening ook voorbij aan wat de bekende negentiende-eeuwse econoom David Ricardo het “comparatieve voordeel” noemde. Er is sprake van comparatief voordeel als een land een voorsprong heeft op andere bij het produceren van een product of dienst. Olieproducerende landen bijvoorbeeld hebben over het algemeen een natuurlijke voorsprong op het gebied van petrochemische productie. Landen met hoogwaardige intellectuele eigendomsrechten hebben over het algemeen voorsprong bij het creëren van nieuwe technologie. Ricardo stelde dat landen zich moeten richten op gebieden waarin ze een voorsprong hebben, zodat ze hun overschot kunnen ruilen voor goederen die andere landen op effectievere wijze produceren. Hij stelde dat door dit na te laten er op minder optimale wijze wordt geïnvesteerd in menselijk, financieel en fysiek kapitaal. Hoewel dit tot handelstekorten kan leiden, is het volgens ons gunstig voor een samenleving om in te zetten op comparatieve voordelen. Wanneer iedereen datgene produceert waar hij het beste in is, is iedereen in theorie beter af. Dit leidt naar onze mening tot een efficiëntere toekenning van hulpbronnen. De daaraan gekoppelde vrijhandel is gunstig voor zowel consumenten als producenten.

Bovendien is het zo dat, behalve in landen met een planeconomie zoals China, overheden geen actieve beslissingen nemen over tekorten of overschotten. Dit wordt bepaald door de keuzes die consumenten en bedrijven in een vrije markt maken. Zij kiezen ervoor om geïmporteerde goederen te kopen op basis van marktkrachten: prijs, aanbod, waarde, kwaliteit en dergelijke. Bedrijven en consumenten hebben een vrije wil en zullen over het algemeen alleen importgoederen kopen wanneer dit in hun belang is. Hierdoor worden handelsbalansen bepaald. Het nationale kasboek en de vraag of er sprake is van een overschot of een tekort, is slechts het resultaat van deze beslissingen. Als dat niet zo was, zouden consumenten volgens ons geen moeite doen om ook te importeren wanneer er handelsbarrières zijn om ze hiervan te weerhouden. Een voorbeeld hiervan zijn de Canadezen die in de buurt van de Amerikaanse grens wonen. Ze rijden vaak naar de VS om melk, kaas en andere zuivelproducten te kopen, omdat door het handelsbeleid van Canada de zuivelimport wordt beperkt om de zuivelboeren in Québec te beschermen, wat ertoe geleid heeft dat de melkprijzen in Canada soms twee keer zo hoog zijn. In andere gevallen omzeilen bedrijven soms bilaterale handelsbeperkingen (tarieven tussen hun land en een ander) door goederen via een derde land te verschepen, waar de tarieven niet van toepassing zijn. We zijn dus van mening dat het vreemd is om te denken dat een economie verlies lijdt wanneer er sprake is van een handelstekort. Vooral omdat stijgende importen erop wijzen dat consumenten en bedrijven naar consumptie neigen, wat volgens ons een teken is van een gezonde vraag en een sterke economie. Wij zijn dus van mening dat beleidsmakers die zich inspannen om veranderingen door te voeren en beleid te implementeren om de handelsbalans weer in evenwicht te brengen (tarieven, quota’s, handelsovereenkomsten, enz.), het vermeende probleem over het algemeen alleen maar verergeren. (Hoewel we hebben gezien dat dit soort beleid in 2018 is geïmplementeerd, is de omvang ervan volgens ons te beperkt om tot substantiële negatieve gevolgen te leiden.) Volgens de theorie van Ricardo leiden dergelijke barrières over het algemeen tot een minder efficiënt werkende internationale economie, waar de importeur dus ook last van heeft.

Er zijn deskundigen die zeggen dat handelstekorten slecht zijn omdat ze gefinancierd zouden worden door buitenlandse leningen. Dit gaat volgens ons echter voorbij aan de aard van transacties. We leggen dit uit aan de hand van een voorbeeld. Stelt u zich een denkbeeldig land voor dat we Widgetland noemen, met een munt genaamd de widgetdollar. Het heeft een handelstekort van 1 miljard widgetdollars. De gangbare opvatting is dat de regering van Widgetland dan gedwongen is om voor 1 miljard widgetdollars aan staatsobligaties te verkopen aan de landen waar het handel mee drijft. Maar in werkelijkheid stimuleren handelstekorten buitenlandse investeringen op een van de twee volgende manieren. In het ene scenario investeert het exporterende bedrijf dat de widgetdollars voor zijn goederen ontvangt weer in Widgetland om het gedoe te vermijden dat bij het repatriëren en het in lokale valuta omwisselen komt kijken. In het andere scenario wisselt het exporterende bedrijf de widgetdollars om in de valuta van het thuisland, waardoor het aan de centrale bank van dat land is om de buitenlandse valuta te beleggen. De centrale Bank voegt deze widgetdollars toe aan haar buitenlandse reserves (haar activaposities die in de valuta’s van andere landen luiden). Centrale banken beleggen hun reserves in de regel in activa die volgens hen het meest stabiel zijn. Dat zijn meestal (vastrentende) staatsobligaties. In dit geval zou de centrale Bank haar widgetdollars beleggen in staatsobligaties van widgetland, die we hier widgetobligaties zullen noemen. In beide scenario’s is het een kwestie van private bedrijven of overheden die er vrijwillig voor kiezen om te beleggen in Widgetland, dat op zijn beurt profiteert van de kapitaalinstroom. De instroom van 1 miljard widgetdollars wordt gebruikt om het handelstekort van 1 miljard widgetdollars te compenseren. Dit leidt tot economische groei in Widgetland. De belegging van het exporterende bedrijf of land genereert op die manier inkomsten. Zo ontstaat er volgens ons een win-winsituatie.

Of het nu om Widgetland gaat of een ander land, een handelstekort is niet automatisch een overheidsschuld. Het vertegenwoordigt echter wel de bereidheid van buitenlanders om activa aan te houden die in die valuta luiden. Volgens ons is dit nog een reden waarom een handelstekort niet zo slecht is als sommigen lijken te geloven.

Fisher Investments Nederland is het Nederlandse bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited. Fisher Investments Nederland is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel onder nummer 57731446. Als Nederlands bijkantoor van Fisher Investments Europe Limited staat Fisher Investments Nederland onder toezicht van de Britse toezichthouder FCA en, op basis van kennisgeving, van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Fisher Investments Europe Limited is geautoriseerd en gereguleerd door de Britse toezichthouder Financial Conduct Authority (FCA-nummer 191609). Het is geregistreerd in Engeland (ondernemingsnummer 3850593). Fisher Investments Europe Limited heeft als maatschappelijke zetel: 2nd Floor, 6-10 Whitfield Street, London, W1T 2RE, Verenigd Koninkrijk.

Fisher Investments Europe Limited besteedt het portefeuillebeheer uit aan zijn moedermaatschappij, Fisher Asset Management, LLC, dat opereert onder de naam Fisher Investments, gevestigd is in de VS en onder toezicht van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission staat. Beleggen op de beurs brengt het risico van verlies met zich mee en er is geen garantie dat het belegde kapitaal geheel of gedeeltelijk terugbetaald zal worden. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie of betrouwbare indicatie van toekomstig rendement. De waarde en opbrengst van de beleggingen volgen de schommelingen van de wereldwijde aandelenmarkten en van de internationale wisselkoersen.

[i] Bron: US Bureau of Economic Analysis, per 14/6/2018. Gebaseerd op het bbp en de handelsbalans van de VS sinds 1976. Vergelijkingen met andere wereldwijde economieën zijn gebaseerd op de World Economic Outlook van het Internationaal Monetair Fonds.